De belangrijkste aspecten van interieur fotograferen.

Het belangrijkste aspect bij interieur fotograferen is wel dat de verticale lijnen in een foto recht worden afgebeeld, bijvoorbeeld de lijnen van een kozijn, muur of een wandkast.

De verticale lijnen helpen je ook ook om de beeldcompositie te bepalen waarbij foto’s recht van voren genomen vaak het mooiste effect geven. Zet je camera op een statief. Vermijd het gebruik van een flitser of flitsinstallaties, maar maak gebruik van het bestaande daglicht. Maak belichtingstrapjes. Fotografeer in RAW.

> Raadpleeg een fotograaf

Interieurfotografie-woonkamer
Interieurfotografie voorbeeld

Interieurfotografie technieken

Zoals al in de intro is benoemd, is het belangrijk dat bij interieurfotografie de verticale lijnen recht zijn. Verticale lijnen zorgen voor rust en versterken het beeld van de compositie.

Als de camera niet volledig verticaal staat tijdens de opnamen ontstaan er schuine lijnen (convergerende lijnen), die de indruk geven dat het object wat je fotografeert naar voren of naar achteren helt. Dit effect wordt versterkt als je fotografeert vanuit een laag of hoog standpunt. Het is dus belangrijk om de verticale lijnen recht te houden.

Houd de lijnen recht

Een hulpmiddel voor rechte lijnen is om een los waterpasje te gebruiken wat op de flitsschoen van de camera kan worden geplaatst. Veel camera’s beschikken tegenwoordig ook over een ingebouwde digitale horizon die in een live view stand of direct in de zoeker kan worden gepresenteerd.

Een erg goede tool is om het raster of grid, in het zoekerbeeld aan te zetten, waarmee je tevens een hulpmiddel hebt om de beeldcompositie te bepalen. Tenslotte kunnen scheve lijnen tot op bepaalde hoogte ook softwarematig worden gecorrigeerd.

Maar er zijn ook situaties waarin het minder belangrijk is om de lijnen recht te houden:

  • Een wenteltrap die de aandacht in een foto naar zich toe trekt;
  • Een trappenhuis gefotografeerd vanuit verschillende perspectieven;
  • Of grote ruimtes entrees van kantoren of hoge gebouwen kunnen door een ander standpunt in te nemen dynamischer overkomen.

Welk objectief gebruik je bij het interieur fotograferen?

De kunst van interieurfotografie is om het interieur zo natuurgetrouw in beeld te brengen met zo min mogelijk vertekening van de verticale lijnen. De afbeeldingsmaatstaf zoals wij met onze ogen waarnemen komt overeen met een brandpuntsafstand van ongeveer 43 mm.

Een standaard objectief van 50 mm.zou dus ideaal kunnen zijn. Deze objectieven zijn relatief goedkoop, lichtsterk en leveren een hoge beeldkwaliteit. Het fotograferen van een interieur met een 50 mm is echter niet handig vanwege deze beeldhoek en vaak de beperkte ruimte die je hebt.

Je fotografeert daarom vaker met een groothoekobjectief waarvoor een brandpuntafstand van 24 mm ideaal is. Afhankelijk van de compositie, ruimte en het onderwerp zal er gewerkt worden met verschillende brandpuntsafstanden.

Gemiddeld genomen worden de meeste foto’s voor een interieur geschoten met een brandpuntsafstand tussen de 24 tot 70 mm. In dit kader is een lichtsterk zoomobjectief met een brandpuntafstand van 24 – 70 mm met een constante lichtsterkte van F2.8 een fijne keuze.

Voor -en nadelen van een groothoekobjectief

Een groothoekobjectieven heeft als voordeel dat je een wijd bereik hebt, waardoor het interieur ruimer lijkt wat je fotografeert. De afbeeldingsmaatstaf wordt namelijk kleiner. Op huizensites zie je dit soort foto’s vaak terug waarbij de ruimte groter lijkt dan de werkelijkheid.

Als de brandpuntsafstand kleiner wordt zal ook de perspectivische vertekening toenemen. Waardoor het onder andere moeilijker wordt om verticale lijnen recht af te beelden.

Bij relatief goedkope objectieven zal de vertekening over het algemeen groter zijn dan bij een “duurder professioneel” objectief.

Een ander nadeel is dat een objectief zo wijd kan zijn (korte brandpuntafstand), dat hetgeen wat wordt gefotografeerd niet wordt weergegeven zoals dit de bedoeling was. Bijvoorbeeld een mooie tafel kan in het niet vallen, omdat er veel omheen ook wordt opgenomen. Dit is op te lossen door de opname afstand te verkleinen of door een objectief te gebruiken met een langere brandpuntafstand bijvoorbeeld 50 mm.

Tips voor goede belichting

Bij interieurfotografie heb je over het algemeen minder licht tot je beschikking dan wanneer je buiten fotografeert. Je kunt dit oplossen door gebruik te maken van een flitsset, maar een flitser kan indien niet juist ingesteld, het interieur overstralen wat een onnatuurlijk effect geeft. Beter is om te kijken op welke manieren je gebruik kunt maken van het aanwezige licht. Indien er ramen aanwezig zijn bepaal dan op welk tijdstip er zonlicht naar binnen valt. Het zonlicht is niet alleen een natuurlijk invullicht maar kan tevens de sfeer van de foto verhogen. Let hierbij wel erop dat het licht niet te hard is. Vroeg in de ochtend of laat in de middag is er mooier zachter licht dan midden op de dag.

Belichting met contrast verschillen

Het menselijk oog weet prima om te gaan met situaties waarbij er grote verschillen zijn in het contrast. Een fotocamera kan helaas ondanks alle moderne technologie het menselijk oog hierin nog niet evenaren.

Een foto van een keuken met een keukenraam met invallend licht zal leiden tot een foto waarbij of de keuken of het raam juist belicht worden. Het groot contrastverschil tussen licht en donker is door de camera over het algemeen niet te overbruggen in één opname.

Een oplossing hiervoor is om gebruik te maken van de bracketing functie op de camera waarbij er belichtingstrapjes worden gemaakt. Naderhand kunnen deze foto’s worden softwarematig samengevoegd, waardoor er een natuurlijk evenwicht ontstaat tussen de verschillende lichtpartijen.

RAW of JPEG om interieur te fotograferen?

Als je in JPEG fotografeert wordt de foto als het ware ontwikkeld in de camera op basis van een aantal parameters, waarbij de informatie wordt opgeslagen in de pixels. (Een foto genomen in zwart-wit in JPEG kan niet meer worden geconverteerd naar een kleurenfoto, omdat de informatie van de kleuren is verwijderd.)

In JPEG is de foto meteen klaar voor gebruik en de beperkte bestandsgrootte is ideaal voor het gebruik op social media of in een e-mail. Nadelen van een JPEG zijn het corrigeren van de witbalans en de beperkte kleurdiepte (8 bit).

Bij het RAW formaat heb je als grote voordeel dat je achteraf de juiste kleurbalans kunt instellen, en er geen kwaliteitsverlies is als je een foto’s aanpast. Met een RAW bestand beschik je over een grotere kleurdiepte, tot 32 bits en oneindig veel mogelijkheden om contrast en belichting aan te passen.

Nadeel van RAW (bestandsformaat) is:

  • dat de foto nog ontwikkeld/verbeterd moet worden in een softwareprogramma;
  • de bestanden aanmerkelijk groter zijn dan bij JPEG, wat opslagruimte kost;
  • Je moet investeren in een softwareprogramma zoals Lightroom of Photoshop.

Welke camerastandpunt gebruiken?

Er is een wezenlijk verschil tussen interieurfotografie en “onroerend goed” fotografie. Bij onroerend goed ligt de nadruk op het weergeven hoe groot een ruimte is en dit wordt vaak overdreven zoniet dramatisch weergegeven. Bij een goede interieur foto ligt de nadruk op het ontwerp waarbij mooie details in de ruimte aandacht behoeven.

Door een goede compositie te maken presenteer je de foto als een kunstwerk. En dat is wat we willen. De basis is dan ook leidende lijnen, balans van kleur, contrast en diepte.

Compositieregels bij interieur fotograferen

  1. Fotografeer de objecten recht van voren, hierbij kun je een lijn van één van de muren als richtlijn gebruiken. Een “rechte” foto versterkt bijvoorbeeld de lijnen in een parket of tegelvloer. Foto’s met veel symmetrie geven meer rust als je deze van voren fotografeert.
  2. Door in een hoek van een ruimte te gaan staan creëer je op een eenvoudige wijze diepte in een interieur foto. De lijnen van de muren geven een idee hoe groot de ruimte is. De ideale hoogte (kijkhoogte), om een ruimte in beeld te brengen ligt op iets meer dan een meter.
  3. Door een laag standpunt in te nemen standpunt (kikvorsperspectief) lijken de voorwerpen vaak groter dan in werkelijkheid.
  4. Door te fotograferen vanuit een hoger standpunt (vogelperspectief) lijken voorwerpen juist weer kleiner. Deze verschillende perspectieven kunnen een verrassend effect geven bij het fotograferen.
  5. Diepte creëer je niet alleen met lijnen maar ook door het juist stylen van het interieur. Details leggen de nadruk op bepaalde ruimtes in het interieur. Zorg ervoor dat er geen storende elementen in beeld zijn zijn die de aandacht afleiden.
  6. Over het algemeen geldt: “less is more” maar kleine stijlelementen kunnen van toegevoegde waarde zijn. Door te spelen met de scherptediepte kun je de nadruk leggen op deze details.

Breng de fotografie in leven

Breng leven in je foto’s, denk hierbij aan een leesbril een krant, magazine’s, een huisdier of een glas wijn die het gevoel van huiselijkheid verhogen. Hoewel foto’s statisch zijn kun je toch beweging simuleren. Bijvoorbeeld een stromende waterkraan.

Gebruik spiegelende oppervlakken voor creatieve foto’s. Let er daarbij op dat de camera zelf niet in beeld komt. Ongewenste reflecties kunnen voorkomen worden door gebruik te maken van een polarisatiefilter.

Wanneer kleur of zwart- wit?

Een kleurenfoto springt in het oog, heldere tinten trekt de kijker aan. Kies voor kleurenafbeeldingen wanneer kleur een belangrijk element is in het verhaal van de foto. Kleuren zijn ook bepalend voor de context. Bijvoorbeeld, koele kleuren roepen de associatie van de winter op, warme kleuren daarentegen verbeelden de warmte van de herfst. Fris geel geeft de lente weer en groen vooral de zomer. Indien juist gebruikt trekken de elementen van de kleurentheorie de aandacht van een kijker in een foto.

Benadruk de onderwerpen van je foto’s

Door de foto’s in zwart-wit te schieten moet je anders kijken naar het onderwerp en moet je wellicht zaken weglaten. Door de kleur weg te laten worden zaken als de vorm en contrast en textuur veel meer benadrukt. De mogelijkheid om complementaire kleuren of analoge kleuren te gebruiken, bijvoorbeeld om relaties tussen onderwerpen te benadrukken, gaat verloren bij zwart-witfotografie.

Als het onderwerp een beetje dezelfde toon heeft kan de foto er in zwart wit wat plat uitzien. Zwart-wit foto’s lijken meer tijdloos te zijn dan kleurenfoto’s. Als de kleur verwijdert is uit een foto is het moeilijker om een foto in te delen op een tijdslijn.

Keuze tussen kleur of zwart-wit

Uiteindelijk is de keuze tussen kleur of zwart-wit een subjectieve afweging.

  1. Maak foto’s in kleur en zwart wit om een idee te krijgen wat het mooiste is. Houd hierbij rekening, waarom je voor een onderwerp hebt gekozen voor kleur of zwart-wit. De kleur of het gebrek aan kleur in een afbeelding zou moeten bijdragen aan de impact ervan.
  2. Zoals al benoemd in het kopje “RAW of JPEG” een RAW bestand bevat alle (kleuren) informatie in de pixels. Als de foto in JPEG is opgenomen in zwart-wit is een conversie naar kleur niet meer mogelijk!.